Wijnbouwers streven naar een luchtige loofwand om schimmelziekten op het blad te voorkomen en de suikerproductie te optimaliseren (bladeren die in elkaars schaduw hangen verbruiken suikers in plaats van ze te produceren). Sommige druivenrassen, zoals Solaris, Marechal Foch, Golubok en Rondo, hebben de neiging om veel okselscheuten te produceren, waardoor een dichte loofwand ontstaat.
Voor de wijnbouwer betekent het weghalen van okselscheuten extra werk, waar men met name in de commerciele wijnbouw niet op zit te wachten.
Er zijn diverse methoden om de groei van okselscheuten te temperen. Dit artikel beschrijft mijn ervaringen met één methode, de zogenaamde ‘palissage’, waarbij de topscheuten na het bereiken van de bovenste draad niet worden getopt, maar horizontaal of naar beneden worden omgebogen.
De theorie hierachter is dat de druif, die van nature een klimplant is en vanuit de top dóór wil blijven groeien, zijn ‘energie’ naar zijn top blijft sturen in plaats van zijscheuten te ontwikkelen.
Mijn ervaringen met palissage zijn opgedaan nadat ik een oproep kreeg van Justine Vanden Heuvel, een Associate Professor of Viticulture aan Cornell University (USA), en haar afstudeerder Justin France om mee te doen aan een experiment met Palissage.
Mijn conclusies zijn dat de groei van okselscheuten inderdaad kan worden verminderd, maar dat de hoeveelheid werk in de wijngaard niet significant verminderd en zelfs complexer wordt. Doordat er ook nadelen aan deze methode kleven ga ik niet verder met deze methode en zal ik weer op de gebruikelijke wijze meerdere keren in het seizoen de okselscheuten verwijderen.
Voor wie nieuwsgierig is naar mijn motivatie; lees verder!
Hieronder volgt een korte beschrijving van de opzet van het palissage experiment in mijn wijngaard “De Achthoeven”.
De twee druivenrassen, Marechal Foch en Solaris, werden gekozen op basis van hun sterke groei en nijging om okselscheuten en een dichte loofwand te ontwikkelen. Beide rassen groeien op SO4 onderstam. De rijen staan met 1.7-1.8 m eigenlijk te dicht op elkaar. In de rij is de afstand 1.25-1.30m. Er wordt gesnoeid op 16 a 18 trossen per stok, maar dit is bij deze beide rassen in de praktijk altijd lager door misbloei.
De bodem bestaat uit “Enkeerdgrond” op fijn zand. Enkeerdgronden zijn zandgronden met een ongeveer 40 à 50 cm dikke humushoudende bovengrond die is ontstaan door opmesting met zandrijke potstalmest. De grond is niet erg vruchtbaar, iets zuur met een pH van 6,5 en mineralen spoelen snel uit. De afwatering is goed.
In 2011 is de grond bemest met een circa 5cm dikke laag grove, schimmeldominante compost van Van Iersel Compost. Hierdoor is de groeikracht (te) sterk toegenomen.
De vier rijen, met ieder 10 stokken, staan in noord-zuid richting, met een overheersende windrichting vanuit het zuid-westen. De twee buitenste rijen weren geselecteerd voor de palissage, de binnenste rijen dienden als ‘controle’ en werden op traditionele wijze getopt.
Het toegepaste type palissage bestond uit het horizontaal wikkelen van de topscheuten rond de top-draad op 2m hoogte (‘shoot tuck’). NB een alternatieve methode van palissage is om de topscheuten naar beneden toe uit te buigen (‘shoot wrap’).
Het groeiseizoen startte half april, iets voor het langjarig gemiddelde, na een lange, maar milde winter. De maanden mei en juni waren iets koeler dan gemiddeld, maar met veel zon en weinig regen. Juli was warmer dan gemiddeld en opnieuw droog.
Een groot deel van het groeiseizoen van 2015 behoorde tot de 5% droogste jaren sinds het KNMI in 1705 begon met waarnemingen. Dit veranderde eind juli, toen op één dag 30mm viel, gevolgd door meer regen half augustus. Vanaf dat moment wisselden zon en regen elkaar af, waarbij de temperatuur rond het langjarig gemiddelde lag. Deze omstandigheden zorden voor een verhoogd risico op schimmelinfecties in de wijngaard.
Dit weertype continueerde in september, waarbij de temperatuur iets lager lag dan het langjarig gemiddelde.
Het verloop van de beschikbare hoeveelheid vocht en een maat voor de temperatuur tijdens het groeiseizoen worden getoond in de volgende figuren.
Het neerslagtekort, gemiddeld voor heel Nederland, is te zien als de zwarte lijn in figuur 1. De blauwe lijn toont de mediaan, de groene lijn de 5% droogste jaren en de rode lijn het recordjaar 1976.
Het neerslagtekort voor 2015, vergeleken met de mediaan en extreme jaren.
Figuur 2 toont de Huglin-index, een maat voor de hoeveelheid groeizame dagen gedurende het groeiseizoen. De Huglin-index wordt verkregen door de gemiddelde dagtemperatuur minus een basis tempteratuur over het groeiseizoen te sommeren. De basis temperatuur komt overeenkomt met de temperatuur waaronder een plant in rust is en niet meer groeit (voor druiven 10 graden Celsius).
De figuur toont het langjarige gemiddelde (donker rode lijn) en de waarden voor 2015 (de licht rode lijn). Daarnaast zijn ter referentie de groeistadia voor de Solaris weergegeven en de waarde van de Huglin-index bij de oogst van verschillende bio- en traditionele druivenrassen.
De Huglin-index gedurende het groeiseizoen van 2015 (bronnen: metingen Bart van Hest, klimaat-data van het KNMI)
Tot aan de oogstperiode kan het groeiseizoen als een gemiddeld jaar worden gezien. Tegen de oogst werd de temperatuur lager en viel er meer neerslag.
In tabel 1 zijn een aantal van de belangrijke ontwikkelingsstadia van de Marechal Foch en Solaris gedurende het groeiseizoen van 2015 weergegeven.
| BBCH-schaal | Stadium | M.Foch | Solaris |
|---|---|---|---|
| 05 | wol-stadium | 10-4-2015 | 10-4-2015 |
| 09 | knoppen breken | 22-4-2015 | 23-4-2015 |
| 11 | 1e blad | 25-4-2015 | 27-4-2015 |
| 13 | 3e blad | 1-5-2015 | 5-5-2015 |
| 15 | 5e blad | 11-5-2015 | 13-5-2015 |
| 61 | 10% bloei | 6-6-2015 | 10-6-2015 |
| 68 | 80% bloei | 14-6-2015 | 25-6-2015 |
| 73 | korrelgrootte | 24-6-2015 | 30-6-2015 |
| 83 | verkleuring | 10-8-2015 | 30-7-2015 |
| 89 | oogst | 11-10-2015 | 20-9-2015 |
De eerste scheuten bereikten de topdraad rond 5 juni. De eerste keer toppen vond plaats op 10 juli, toen de scheuten 100-150cm ‘over’ de topdraad waren gegroeid. De beide binnen-rijen werden met een heggenschaar gesnoeid, de beide buiten-rijen werden met de hand horizontaal uitgebogenm, waarbij de scheuten rond de topdraad werden gewikkeld.
NB door het hangen van de 100-150cm lange topscheuten heb ik hierdoor bij alle stokken tot 10 juli in feite de ‘shoot wrap’ methode toegepast.
Tabel 2 toont de tijd die werd besteed aan het snoeien en wikkelen:
| variëteit | methode | tijd/stok (minuten) | ‘gemak’ |
|---|---|---|---|
| M.Foch | snoei | 1.5 à 2.0 | 2 |
| M.Foch | wikkelen | 2 | 6 |
| Solaris | snoei | 1 | 2 |
| Solaris | wikkelen | 2.5 | 6 |
Opmerkingen en observaties:
De volgende foto’s tonen de rijen voorafgaand en na de snoei/wikkel activiteiten.
| variëteit | voor | na |
|---|---|---|
| M.Foch | ||
| Solaris |
Een close-up van de gewikkelde Marechal Foch:
De volgende foto’s tonen de hoeveelheid snoeiafval uit de gesnoeide en de gewikkelde rijen. Duidelijk is dat de gewikkelde rijen minder snoeiafval gaven. Jammer genoeg is vergeten om het snoeiafval te wegen.
| variëteit | snoei | wikkelen |
|---|---|---|
| M.Foch |